Frankenstein
Guillermo del Toro is een van die typische filmmakers met torenhoge ambities, wiens plannen regelmatig in de ijskast moeten worden gezet. Als we de geruchten moeten geloven heeft hij op ieder moment meerdere ijzers in het vuur, maar wat er vooral financieel mogelijk is is vaak een verrassing. Een verfilming van Mary Shelleys wereldberoemde klassieker Frankenstein or, The Modern Prometheus was al eerder afgeketst, totdat Netflix hem toch de kans gaf zijn unieke visie naar het grotendeels kleine doek te brengen.
Net als in de brontekst beginnen we bij een expeditie naar de Noordpool, waarbij een kapitein en zijn mannen de zwaargewonde wetenschapper uit de titel tegenkomen. Nadat ze worden aangevallen door een schijnbaar onsterfelijk wezen begint Victor aan zijn levensverhaal. Wat volgt is in brede lijnen geen verrassing, maar Del Toro heeft het zich wel eigen gemaakt. Deze versie is getrouw aan het werk van Shelley en tegelijkertijd ook uniek.

Oscar Isaac heeft een lastige taak als Victor Frankenstein en dit komt niet helemaal uit de verf. Het accent dat hij opzet leidt enigszins af, maar hij brengt wel de gravitas die de rol vereist. Mia Goth en Christoph Waltz zijn goed in hun kleine rollen, maar het is Jacob Elordi die de show steelt als het wezen. In Del Toro's eerste reis om het boek te verfilmen was Doug Jones aangewezen om wederom onder een dikke laag make-up te kruipen, maar de keuze voor Elordi heeft geweldig uitgepakt.

De jonge Australiër maakt er een gelaagd wezen van met een menselijke kant. Een van de punten waarop Del Toro afwijkt van de bron is dat de creatie hier echt bijna niet tegen te houden is, wat zorgt voor enkele kolderieke actiescènes waarin het aanval na aanval te verduren krijgt en stug door blijft gaan. Gelukkig nemen die delen niet al te veel tijd in beslag en krijgt Elordi genoeg kans om ook echt te acteren, resulterend in een Oscarnominatie.

Iedere productie van de Mexicaanse cineast is een lust voor het oog en dat is hier niet anders. De Victoriaanse sets zien er stuk voor stuk fantastisch uit, de kleding overtuigt en het design van het wezen is er een die we niet eerder hebben gezien. Het verhaal neemt zijn tijd en bouwt rustig op, voor sommigen misschien te rustig. 149 minuten is wellicht wat te veel van het goede en de tweede helft is behoorlijk anders dan het begin, maar het werkt.
De moderne meester van de fantasiewezens mag trots zijn op zijn versie van Frankenstein. Mede dankzij Elordi en het productieteam is dit niet zomaar de zoveelste bewerking geworden, een hele prestatie op zich met de rijke geschiedenis van het boek. Nu is het aan ons om de vingers gekruist te houden om ooit toch eens zijn magnum opus te mogen ontvangen in de vorm van At the Mountains of Madness, al lijkt dat helaas nog een brug te ver. Een mens mag toch hopen.